Zuid-Limburg.    Bright site of life.
Volg ons op:TwitterFacebookLinkedIn
Facts & Figures  |Organisatie & Donateurs  |Publicaties  |Limburgers  |Video  |Nieuwsbrief  |English

De Miesjmasj

10-08-2009 om 10:39 door Wim Ortjens

Een weekendje skiën. Klinkt decadent, is ook decadent. Vanuit Zuid-Limburg kan het: lang weekend plannen, donderdag na werk wegrijden, voor middernacht in de Alpen. Drie volle dagen skiën, maandag als het donker wordt retour en dinsdagochtend (triomfantelijke glimlach onderdrukken, altijd moeilijk) het kantoor binnen stappen met gebronsd gelaat, 2 kilo zwaarder maar je voelt je 3 kilo lichter zal wel weer door de spieraanwas komen.

Ik doe het twee keer per jaar en poch de hele rit bij mijn skiverslaafde, doch Haagse meisje, dat dit toch echt alleen maar vanuit Zuid-Limburg kan. Eén maal per uur wil ik het compliment horen maar na 774 km ben je er dan ook. In Vallorcine, onze vaste stek, tussen Martigny (CH) en Chamonix (F).

Het mooie aan zaken die altijd hetzelfde zijn is dat ze nooit veranderen, en daarbij hoort ook mijn immer terugkerende college over de Latijns-Germaanse cultuurgrens, al rijdend en wijzend naar de enthousiast doorgestreepte wegwijzers. Want die taalrivaliteit volg je zo ongeveer de hele rit. Van Wezet / Visé en Amel / Amblève naar Trier / Trèves en Sarrebruck / Saarbrücken, dan naar Straßburg / Strasbourg en via Basel / Bâle naar Freiburg / Fribourg. Pas daar verlaten we het twijfelpad en duiken we de Latijnse wereld binnen: Montreux, Martigny, et voila.

Zuid-Limburgers leven al eeuwen op die grens tussen Europa’s meest dominante culturen en dat heeft ze een speelsheid gegeven waarmee ze met groot gemak die ander nadoen. Zo zetten sommige Maastrichtenaren graag een strooien hoedje op en lopen de ganse dag met een stokbrood onder hun oksel te paraderen, omdat ze denken dat ze een soort van Fransman zijn. Als je ze tegen komt vragen ze ‘Ça va?’ in plaats van ‘Enne?’. In het echt eten ze friet, drinken bier en al hun carnavalsliedjes zijn gebaseerd op het heipalenritme van de Radetzkymars. Ze dwepen met Luik – noemen hun eigen stad zelfs jubelend ‘La dépendance de Liège!’ – maar voor het donker zijn ze weer terug. Ze spreken – op enkele Franse leenwoorden na – een puur Germaans dialect en hun winkels gooien ze om klokslag 18.00 uur dicht. Kerkradenaren doen dat ook, maar omdat ze zich willen onderscheiden van hun Maastrichtse buren gaan zij juist de Duitser uithangen en roepen Danke – Bitte bij elke goal van Roda.

Eigenlijk gek dat een cultuur die zo bulkend rijk is dankzij haar eigen, eeuwenoude Miesjmasj van de grote Latijnse en Germaanse waarden, dat zo weinig uitdraagt…..alsof een Luikenaar het in zijn harses haalt een Brunssumse markt te gaan organiseren? Petit Maestricht op een plein in Parijs? Sittarder Bierfesten in München? Waarom zouden ze?

Een miesjmasjcultuur vindt zijn roots in de hutspot, in zijn eigen mengeling. Willy Deville, Demasiado Corazon, Hey Joe, Mariachi Band, New York, en dat allemaal in één maaltijdsoep. Op het snijvlak van grote bedrijven gebeuren de interessantste innovaties, dat weten ze in de economie allang. En dat geldt ook voor cultuur. Niet de door vaderlandse staatsmedia gepropageerde monocultuur van Bluf & Dijk – slecht rijmende mannen die hun kelen rauw schreeuwen en met van pijn vertrokken gezicht allemaal hetzelfde candlelightproza in ons gezicht spugen waarbij zij op een gitaar raggen dat het een aard heeft – maar het Wereld Muziek Concours. En Cultura Nova, Musica Sacra en Rowwen Hèze. Rocco Granata, die met hese stem een prachtig liedje zingt over dat ene Limburgse woord dat ook in de miesjmasjmijnwerkerstaal van mijn Italiaanse ex-schoonpapa domineerde: Sjtublong (Stoflongen). En ons onvolprezen carnaval natuurlijk.

Dát is de cultuur van de Miesjmasj. Ziggo kan helpen door in de grensstreek de Nederlandse zenders weer van een zwak en onbetrouwbaar signaal te voorzien, met veel storingen. De ZDF, ARD, RTBF en BRT daarentegen worden glashelder doorgegeven. “Hey sir, jump auf dein Horse und mach’ne Fliege” speelden wij Bonanza omdat we tot 1976 dachten dat Kojboj’s een Miesjmasj van Engels en Duits spraken.

Het stoerste aan de kojbojs was dat ze stoïcijns hun lippen nog een tijdje lieten doorbewegen zonder geluid te maken. Het duurde lang voordat je die techniek onder de knie had.

Plaats een reactie

 
 
 
 
 

Hierbij willen wij u uitnodigen deel te nemen aan een onderzoek over de regio Zuid-Limburg en de website van zuidlimburg.nl. Het onderzoek vertelt ons hoe u over Zuid-Limburg denkt en wat u van de site vindt. Het invullen van de vragenlijst duurt circa 5 minuten.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door Flycatcher Internet Research. Uw antwoorden worden anoniem verwerkt, uitsluitend voor onderzoeksdoeleinden gebruikt en niet aan derden ter beschikking gesteld.

Bij voorbaat hartelijk dank voor uw medewerking!
Wilt u deelnemen?